|
De gave van het woord heb ik niet, maar mag ik u vragen of ik een woordje tot u mag richten?
Het verheugt mij zoveel bekende ‘blije’ gezichten hier aanwezig te zien. De meesten onder u kennen mij en toch wil ik een en ander over mezelf vertellen: ik ben aan de KULAK gestart met een Bruggeling en eindig nu ook met een Bruggeling.
In feite ben ik mijn loopbaan als directiesecretaresse in het begin van de jaren 60 ook al begonnen met een Bruggeling: Daniël baron Ryelandt, toen directeur van het persagentschap BELGA in Brussel, waar elk nationaal persagentschap zijn kantoor had: een héél boeiende job! Op de telex – gesitueerd tussen het kantoor van de baas en het mijne – kwamen berichten van rond de wereld 24 uur op 24 toe en zo hebben wij bijvoorbeeld dan ook – als eersten – de moord op president Kennedy vernomen. Wekelijks ging ik naar toneelvoorstellingen met de gratis tickets die de journalisten kregen om er een artikel over te publiceren. Op het persgala in De Beurs moest ik dan ook het programma overhandigen aan Hunne Koninklijke Hoogheden Boudewijn en Fabiola; in de pers – onder meer La Libre Belgique – stond dan geschreven: ‘les programmes du Gala de la Presse étaient remis par des jeunes filles de la haute bourgeoisie bruxelloise’ (met een foto in de Patriote Illustré!). Nog enkele jobs in Brussel, waaronder in Men’s Conseil Publicité en ook in Sybetra (Syndicat Belge d’Entreprises à l’Etranger), waar ik voor een week met een ingenieur mee moest naar Craiova in Roemenië. Toen ik bij Sybetra werkte heb ik de brand meegemaakt in de ‘Innovation’, Rue Neuve, in Brussel: wij hadden geluk want waren er die middag van 22 mei 1967 net buitengekomen. Het was eveneens op een 22 mei dat een studente op weg naar het Studentenhuis werd doodgebliksemd: die oorverdovende knal hoor ik nog! 22 mei: heilige RITA. Heeft de heilige Rita dan toch iets te maken met ‘hopeloze’ gevallen?
In 1971 werd wijlen monseigneur Guido Maertens benoemd tot rector te Kortrijk en werd ik door hem aanvaard als zijn secretaresse. Ik herinner mij nog dat monseigneur – bij het interview in de namiddag, toen we met twee kandidaten overbleven – mij vroeg: ‘spreekt gij altijd zo vlug?’
We startten in het Guest-House in de Albertstraat: ons bureau op de eerste verdieping, met ’s morgens af en toe het zicht op een prof in pyjama die daar logeerde en zich naar de badkamer begaf! Hier begon monseigneur zijn reisverdriet of -genot tussen Leuven en Kortrijk. In het begin had hij nog geen chauffeur en het gebeurde dat ik hem naar de campus moest brengen en later – met mijn groene geitje (Citroën) – soms ook van de campus naar de Rijselsestraat. Eens in de winter bij glad weer zei monseigneur mij: ‘Pas op Rita dat wij niet uitglijden, of morgen staat er in de krant: De rector van de KULAK maakte een slippertje met zijn secretaresse.’
Voor zijn Summer Course in San Francisco (Calif.) brachten wij monseigneur in 1974 naar het vliegveld Charles de Gaulle-Parijs en verbleven dan een weekend in Parijs. Bij zijn tweedaagse optreden voor de Augustinessen in Amersfoort mochten wij ter plaatse verblijven, maar wij verkozen uiteraard Amsterdam even te verkennen.
In de twintig jaar rectoraat van wijlen monseigneur heb ik enorm veel beleefd en meegemaakt:
- op universitair vlak: de inrichting van studierichtingen, de uitbreiding van de gebouwen mét inwijdingen; de jaarlijkse universitaire avondvoordrachten voor een ruim publiek van de Kortrijkse regio: zo hadden wij als gast Suenens, Danneels, Suy, Coppin, Tindemans, Van der Kerken, Van Wilderode, en anderen.
Maar ook de ontvangst – op het rectoraat én op de campus – van groten van deze aarde was een belevenis: kardinaal Henriquez, monseigneur Monsengwo, koningin Paola (toen nog prinses), minister Rika De Backer bij de opening van de tentoonstelling ‘Woord en Beeld’ (1980) en wie herinnert zich niet monseigneur Romero?
Monseigneur Maertens maakte – samen met ridder dokter Karel Goddeeris – van de KULAK een menselijke campus van een universiteit met wereldfaam.
- op academisch vlak: monseigneur was eveneens een alom gevraagd spreker en de artikels en toespraken die ik moest uittikken waren voor mij bijzonder interessant én leerrijk; ook zijn boekenrecensies en zijn ontelbare homilieën: soms zéér ludiek en steeds zeer gevat. Hij vroeg mij altijd of ik zijn tekst goed vond: ja, natuurlijk vond ik die altijd uitstekend! Maar één keer niet: de tekst stootte mij tegen de borst. Monseigneur ging onmiddellijk akkoord met mijn visie.
- op persoonlijk vlak: monseigneur was uiteraard wijs – een superacademicus, met een ongelooflijk geheugen, maar ook een hartelijk en eenvoudig man, superspiritueel met een humor waarmee hij alles kon relativeren.
Voor monseigneur was iedereen ook waardevol ongeacht zijn status of diploma.
En de kaartavonden ten huize An Denaux in de Jan Breydellaan en bij ons in de Tahonstraat: de ‘patronagekaarters’: eerst een lekker etentje en daarna een flinke partij kaart met Maurits en An. Een kaartbeurt organiseren in de Rijselsestraat is ons nooit gelukt hé, An? Te veel lawaai voor de buren, zei monseigneur. Op zondag kwam monseigneur graag – vóór het voetbal – een hutsepotje eten of kip met friet en op woensdag hoor ik Suzy – onze trouwe opvoedster van Gust en óók Bruggelinge – nog zeggen: ‘Kom je weer kinderzalm eten, monseigneur?’
Monseigneur hield van gezellig tafelen en babbelen: een genietende ethicus en estheticus. Zo organiseerde hij verscheidene feestmaaltijden waaronder die voor zijn priesterjubileum in 1979 waar wij ook mochten mee aanzitten met zijn illustere genodigden en waar Tine Ruysschaert de avond opluisterde. Vóór de feestmaaltijd zegende hij nog de luchtballon (de Winsol-ballon) van mijn broer Jan (dan derde ballonvaarder in België) – de luchtballon waarmee Alexander Paklons daarna zijn presescampagne voerde. Voor de wijding van de luchtballon had ik geen gewijd water – maar ‘dat is vlug gewijd hé (kruisje)’! weet je nog, John?
En dan in 1991 gebeurt het ‘ongelooflijke’: het grootste verlies voor de KULAK. Rector prof. Frans Van Cauwelaert overlijdt op de avond van de opening van het academiejaar (vrijdag 4 oktober). Lou en ik hebben mekaar de ganse avond opgezocht om mekaar te troosten.
De week erna had ik bijna een vaste stek in Lou haar bureau want op mijn bureau kon ik moeilijk blijven: wijlen ererector Van Cauwelaert lag opgebaard op het rectoraat zelf en dat gaf mij maar een zéér naar gevoel.
Mia, ererector Van Cauwelaert was een échte vaderfiguur met een grote bezorgdheid voor iedereen op de KULAK. Ik herinner mij dat hij mij vroeg: mocht je iets horen of weten dat er ergens iets hapert, zeg het mij a.u.b., dan kijk ik onmiddellijk voor de gepaste oplossingen. Hij wou in de eerste plaats dat iedereen zich gelukkig voelde op de campus en blij was er te kunnen en mogen werken.
Ondertussen werd professor Herman Verresen aangesteld als waarnemend rector (verontschuldigd deze avond want Renée, zijn vrouw, werd vandaag ontslagen uit het ziekenhuis) en – als geneesheer/psycholoog – de ideale persoon voor mij op dat ogenblik van uiterst pijnlijke emotionele én ontroerende momenten én ik stond er nog helemaal alleen voor.
Na het rectoraat van ererector Vic Nachtergaele (met de vele leuke verhalen van Lut ’s avonds na een concert van het Festival van Vlaanderen of een andere activiteit) én van ererector Marcel Joniau (waaronder ‘onze’ Virginie werd aanvaard als stafmedewerker van de rector – bij de kandidaatstelling was het al mijn geheime wens dat zij het zou worden) ben ik uiteindelijk weer bij een Bruggeling beland: Piet Vanden Abeele. Met de openheid en spontaneïteit van Piet en ook van Paula was dat – voor mij – hoegenaamd géén moeilijke overgang. Moeten we nog over flexibiliteit spreken?
Eerst en vooral wil ik de campusrector bedanken voor zijn vertrouwen in mij bij zijn aanstelling en mijn dank ook voor zijn steun en begrip die ik mocht ondervinden tijdens mijn hospitalisatie en erna. De wensen voor een spoedig herstel die ik in het ziekenhuis mocht ontvangen zijn ontelbaar, zelfs vanuit Finland (vanwege prof. André Decoster): ‘Tule Pian Terveeks’. Hedwig (Schwall): de dahlia’s ‘moed’ en ‘geduld’ hebben gebloeid en gebloeid en die vergeet ik nooit meer en Blake & Mortimer waren mijn trouwe kamergenoten; dankjewel en ook voor de hulp bij een Engelse vertaling. De emeriti ererector Vic Nachtergaele en professor Chris De Paepe wil ik hierbij ook bedanken voor hun bijdrage bij het perfectioneren van mijn Frans. Monsieur le recteur émérite Nachtergael: j’espère ne pas falloir six mois pour me refaire les doigts! (au piano!) (s’il me reste le temps bien sûr). André Watteyne: de lokalen e.d.: ce sera sans Henriette dorénavant.
Bij de bedankingen wil ik speciaal mevrouw Braecke vermelden: ‘mine de rien’, maar op het ‘juiste’ ogenblik komt zij met wijze raad en mogelijke oplossingen – dank u, Violette.
Virginie: ik zal maar niet vragen hoeveel keer je mij hebt moeten bijstaan: met mijne pc, met de printer, ‘mag ik dat weggooien?’, ‘hou jij dat bij?’, jouw geduld is onnoemlijk. Ik was héél blij én gelukkig met jou te mogen werken: speciaal mijn dank.
Ik kan hier onmogelijk iedereen opnoemen, maar ik wil jullie allemaal bedanken voor dat stukje mee-leven, voor uw vriendschap en genegenheid, voor uw sympathie en ik weet dat ik op ieder van jullie kan rekenen en een beroep mag doen en het doet deugd dat te weten.
Ik besef héél goed dat niemand onvervangbaar is: mijn eindrit is begonnen!
Misschien heb ik toch iets gerealiseerd waaruit anderen lessen kunnen trekken. Dat heb ik van mijn vader geleerd en elke dag denk ik aan hem.
Ik wil nu eindigen met dé geliefkoosde Psalm 23 van monseigneur:
De Heer is mijn herder,
mij zal niets ontbreken.
Hij wijst mij te liggen
in grazige weiden.
Hij voert mij naar wateren der rust.
Mijnheer de campusrector, mevrouw Braecke: ik wil u speciaal van harte bedanken voor deze receptie en dank aan jullie allen hier aanwezig.
|